In 2006 zal er een dag komen waar 1.000 barrels (163 liter) per seconde uit de grond wordt gehaald 24h op 24 of 85 miljoen barrels , 14 miljoen ton steenkool, 500.000 pond uranium...per DAGIndien de economie met 1% zou stijgen of dalen komt dit overeen met ongeveer 400.000 barrels per dag
Olie: The only way is up!
Om de wereldeconomie draaiende te houden hebben we veel energie nodig. Die halen we nu voornamelijk nog uit olie, maar dat zal niet tot in de oneindigheid door kunnen gaan. Met het mechanisme van vraag en aanbod in ons achterhoofd lijkt er in de toekomst dan ook maar één richting voor de olieprijs mogelijk: omhoog. De vraag naar energie, en daarmee dus ook de vraag naar olie, zal blijven toenemen. Dit terwijl het aanbod ervan binnen niet al te lange tijd een dalend verloop zal gaan inzetten. De snoeptrommel van Moeder Natuur is lange tijd goed gevuld geweest, maar ook zal hier de bodem onvermijdelijk in zicht gaan komen. Wat zou het toch een stuk makkelijker geweest zijn als we over ongelimiteerde voorraden zouden beschikken. Helaas moeten we het stellen met de realiteit, en die toont ons dat de piek in de wereldproductie van olie nabij is.
De productie van olie in de VS was al voor1970 over z’n hoogtepunt heen. Nadien zijn steeds meer landen hier ten prooi aan gevallen en zal het wegstrepen onverminderd doorgaan. Ook in het olierijke Midden Oosten begint men inmiddels de hete adem van de oliepiek te voelen. Deze top eenmaal gepasseerd zal het aanbod van olie aan een onvermijdelijke vlucht naar beneden beginnen, tot het punt dat er gewoonweg geen olie meer voorradig is. Dat laatste valt overigens wel te betwijfelen, omdat op een gegeven moment het gewoonweg niet meer economisch haalbaar is om het spul uit de grond te krijgen. Het prijskaartje om de olie op te sporen en omhoog te pompen zal alleen maar stijgen, aangezien men steeds dieper in de grond zal moeten zoeken.
Het is dus niet zozeer de vraag of de oliepiek er zal komen, maar wanneer deze zal plaatsvinden. De meningen hierover zijn nogal verdeeld, waarbij de meeste schattingen uitkomen rond de periode 2015-2020. Er zijn nog wel enkele optimisten te bespeuren zoals Peter Odell van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Hij is ervan overtuigd dat we nog zeker zo’n 30 jaar te gaan hebben voor het ‘halfway-point’ bereikt zal zijn. Maar de overgrote meerderheid is, als het om dit vraagstuk gaat, duidelijk een stuk pessimistischer.

President Bush heeft tijdens zijn jaarlijkse ‘state of the union’ het olieprobleem intussen aangekaart. Het land is volgens hem zowaar verslaafd aan het goedje en moet daar nodig van afkicken. En de tijd begint inderdaad te dringen om een goede en verantwoorde vervanger voor olie te vinden. Nu is daar de gelegenheid nog voor, maar verder daarop wachten zou de economie grote schade kunnen toebrengen. Indien blijkt dat de piek van de oliecurve ergens rond 2010 uit zal komen, zouden we nu eigenlijk al te laat zijn met onze reactie daarop. In dit ongunstige scenario zou een serieuze terugval van de economie erg moeilijk te vermijden zijn.
Ondanks het feit dat we niet precies weten hoeveel olie er nog in de grond zit, mogen 2 zaken duidelijk zijn: nieuwe grote olievelden lijken er niet meer te zijn, en de kosten om de olie naar de oppervlakte te krijgen zal blijven toenemen,. Het probleem ligt echter niet alleen bij de aanbodkant. De toenemende vraag van vooral snelgroeiende economieën als India en China maken de situatie er niet beter op. Al is het, voorlopig, nog wel zo dat één Amerikaan evenveel olie ‘consumeert’ dan 35 personen uit India tezamen.
Het energieprobleem lijkt nu nog ver van ons dagelijkse leven af te staan. Er komt nog altijd olie uit de pomp en de energierekeningen blijven relatief gezien nog binnen de perken. Maar naarmate de tijd verstrijkt zal het probleem alleen maar groeien, en zullen we er daadwerkelijk mee geconfronteerd gaan worden. Er zal dus actie moeten worden ondernomen om te verhoeden dat olie, nu nog de aandrijver van de economie, ons juist de kop gaat kosten. De zoektocht naar bruikbare alternatieve vormen van energie zal echt nu echt op gang moeten worden gebracht…
|
Zwoegende giganten

Hierboven ziet u een typische oliezandmijn. Want deze manier van oliewinning wordt beschouwd als mijnbouw. Een producent ontsnapt daardoor aan de verplichting om de enorme reserves aan te geven als oliereserves. Op die manier kan een olieproducent volledig legaal een bepaald deel van de olie die uit zand gewonnen wordt, ‘vergeten’ in zijn boeken.
Terug naar de foto hierboven. Wat u ziet is een gebied van ettelijke km² dat tot op ongeveer 80 meter diepte afgegraven is tot de gegeerde oliehoudende zandlaag. Doorheen deze enorme put zijn wegen aangelegd waarover de graaf- en transportmachines, zich traag maar zeker voortbewegen. Van deze tuigen, dat zijn die onooglijke rode vlekjes op de foto, zijn er per oliezandmijn ca 40 stuks in gebruik. Ze wegen elk ongeveer 400 ton, werken de klok rond en verslinden daarbij een slordige 4.000 liter diesel (per machine!). Het bewerken van het zand, zoals we in deel 1 van deze reeks beschreven, gebeurt in de blauwe installaties her en der in het mijngebied.
Twee keer de Benelux...

In de Canadese provincie Alberta, waar het meeste oliezand te vinden is, komt een lapje grond van 141.000 km² in aanmerking voor exploitatie. Dat is bijna 1/5 van de oppervlakte van deze provincie (661.190 km²) tweemaal de oppervlakte van de Benelux…
De waarde van deze grond stijgt vanzelfsprekend van jaar tot jaar in waarde. In 1998 kon je 1 hectare oliezandgrond kopen voor 85 USD. In 2002 was dat al 148 dollar, in 2004 moest je al 279 dollar neertellen en vorig jaar gingen 355.308 hectare over de toonbak aan 1.219 dollar per hectare.
De maximale productiecapaciteit is 883.000 vaten (van 159 liter) per dag. Rekening houdend met het feit dat je 2 ton zand moet verwerken voor 1 vat ruwe olie, betekent dat om en rond 1,8 miljoen ton zand per dag!
De meeste bronnen geven als voorraad oliezand in Canada voldoende voor 175 miljard vaten ruwe olie, maar soms lees je ook 300 miljard. Hoe dan ook, de olievoorraad die op deze wijze in de natuur opgeslagen ligt, zou Canada toelaten gedurende minstens 200 jaar olie te leveren aan het huidige niveau.
Nu begrijpen we, waarom Canada niet zo happig is om mee te doen met het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen…
Onvoorstelbare verwoesting van de natuur
De exploitatie van oliezand heeft een onmiddellijke weerslag op het ecosysteem, zowel dat van de Canadese provincie Alberta als dat van de ganse planeet. In Alberta verwoesten de gigantische machines al het woud, de veengebieden, de rivieren, kortom het gehele natuurlijke landschap gaat eraan. De aanwezige dieren gaan dood of vluchten weg als ze geluk hebben.
De mijnindustrie beweert dat ze na uitputting van de zandlaag de oorspronkelijke toestand zullen herstellen en dat ze daarom het afgegraven materiaal opslaan. Wie gelooft dit? Hoe kan je een berg aarde en rotsen met een dikte van gemiddeld 60 meter en zo groot als tweemaal de Benelux ergens opslaan, samen met uitgerukte bomen, struiken, turflagen, mossen, kreupelhout en zo meer? En waar blijf je met miljoenen spinnen, wormen, kevers, vlinders en alle mogelijke kleine fauna? En zwemdokken vol vis? En de vogels? En de zoogdieren?
Een andere bewering van de industrie is, dat het ecosysteem zichzelf herstelt zodra de activiteiten stoppen. De realiteit is anders. De eerste oliezandmijn in Alberta is meer dan 30 jaar oud en er is geen teken van leven meer, zelfs niet op de plekken die al tientallen jaren ongemoeid zijn gelaten.
Daarbij komt nog, dat voor elk vat ruwe olie dat uit zand gewonnen is, er ca 80 kilo broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen en dat meer dan 600 liter afvalwater gedumpt wordt. Dat water is sterk bevuild met olie en andere schadelijke stoffen. Door deze factoren, gassen en afvalwater, heeft de activiteit in Canada een negatieve impact op het planetaire ecosysteem.
Nochtans heeft Canada het Kyoto-protocol geratificeerd. Dat houdt de belofte in, tegen 2012 de emissie van broeikasgassen met 6% te verminderen ten opzichte van het jaar 1990. Wat stellen we vast? Dat in 2002 de uitstoot van broeikasgassen in Canada is toegenomen met 24% t.o.v. 1990…
Dat is de keerzijde van de oliezandmedaille. Als Canada echt tegen 2010 olieleverancier nummer 1 van de wereld wil zijn, zullen maatregelen moeten worden genomen om het milieu te beschermen. Dat klinkt mooi, maar we vragen ons werkelijk af hoe je de geciteerde verwoestingen kunt vermijden.
Volgens Fromtewilderness.com een onafhankelijke organisatie zonder winstbejag Het vinden van belangrijke nieuwe olievelden is de laatste jaren dramatisch teruggevallen. Op wereldvlak piekten deze vondsten al in de 1960’er jaren en de energieproductie per capita bereikte zijn top in 1979.
Als we kijken naar de vondsten van belangrijke nieuwe olievelden, dan moeten we rekening houden met voorraden van ca 500 miljoen vaten. Hiervan vonden we er:
- in 2000 nog 13,
- in 2001 nog 6,
- in 2002 nog 2,
- in 2003 geen enkel,
- in 2004 geen enkel .
Cijfers voor 2005 zijn er nog niet.
Een andere manier om deze situatie te benaderen, is kijken naar de nieuwe productiecapaciteit met als basis een dagproductie van 3 à 4 miljoen vaten:
- voor 2005 waren dat 18 projecten,
- voor 2006 gepland: 11projecten,
- voor 2007 gepland: 3 projecten,
- voor 2008: ook 3 projecten.
|
|
|
|
|
|
|
|
|